Overal waar mensen samenwerken kan iets fout lopen. Ook op een school. Soms is dat onopzettelijk, soms is het opzettelijk. Degenen die zich het slachtoffer voelen van gedragingen of beslissingen van anderen, kunnen dat als een klacht beschouwen. In de klachtenregeling wordt onderscheid gemaakt tussen klachten over machtsmisbruik en “overige” klachten. Onder machtsmisbruik verstaan we: seksuele intimidatie, discriminatie, agressie, geweld en pesten. De overige klachten kunnen gaan over bijvoorbeeld begeleiding van een leerling, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van leerlingen, etc.
We gaan ervan uit dat u met een klacht in eerste instantie naar de betrokkene(n) gaat, bijvoorbeeld de leerkracht. Komt u er samen niet uit, dan kunt u bij de directie van de school terecht. Bent u nog niet tevreden dan kunt u het bevoegd gezag (het bestuur) inlichten.
Binnen de school kunt u een beroep doen op de interne contactpersoon en/of de externe vertrouwenspersoon. Wilt u een officiële klacht indienen, dan kan dat bij de onafhankelijke klachtencommissie.
De interne contactpersoon gaat niet zelf met uw klacht aan de slag, maar verwijst u door naar de externe vertrouwenspersoon.
De school heeft één externe vertrouwenspersoon, die deskundig is op het terrein van machtsmisbruik en de gevolgen ervan. Ook de externe vertrouwenspersoon praat met u over de klacht en kijkt welke volgende stappen wenselijk zijn. Dat kan een vorm van hulpverlening zijn, het indienen van een klacht, etc. U beslist welke stappen u wilt zetten, de vertrouwenspersoon ondersteunt u desgewenst daarbij. Hebt u geen vertrouwen in de interne contactpersoon, dan kunt u rechtstreeks contact opnemen met de externe vertrouwenspersoon.